Feeds:
Posts
Comments

Posts Tagged ‘piano’

Your smile is cute, but you don’t know that

I see you walk, but we don’t talk, we never did

You play guitar, oh so damn good

You can play me boy, on E-string low

A cold response, you paralysed me though

I never noticed you, but now I did

What should I do?

Your smile is cute, oh should I tell you?

You see me walk, averting eyes, that’s all we do

You play guitar, I do piano

Let’s play together, it will be fun

I’m sure there is some other girl

And if there ain’t you must be gay

A guy like you still single can’t be, no

A cold response, you paralysed me though

I never noticed you, but now I did

What should I do?

This empty longing I can’t fight

 –

You play guitar, so can you teach me?

Your smile is cute boy, so Jr. is your name?

Advertisements

Read Full Post »

A light breeze rocks the trees

and dancing on the rhytm of the wind

you frisk through the air

You land on an oak’s leave

with your blue-gleaming eyes

pointed at me

I’m watching in silence, breathless

observing how the red velvet on your sides

is able to lift you, to help you fly

Then the warm summer sun seems to hide

behind some fatal clouds and the wind

impresses you with his blowing strength

Suddenly the storm discharged itself

came down for you and with a twinge

crushed one of your velvet wings

Fortune did not smile on you

and just to tease you they

ripped off the other one as well

You cling to the soft purple of the butterfly’s bush

And you don’t know that when summer ends

death will come for you too, my butterfly

Unless, you find the courage to burn

and to rise again from your own ashes

because I would like to see those new wings of yours

poem by Christina Bay

music by Wilfried Hiller (1941 – )

Read Full Post »

Read more poems or listen more music

Read Full Post »

“Ik had het er niet op. Ik weet wat gedachten met je doen als er geen mens is om ertegen in te gaan. Maar mocht ik mee? Geen denken aan. Niemand mocht in de buurt komen. Rotklus, schrijven. Waarom zou je eraan beginnen als je niet wilt dat iemand het leest? Het hele idee lijkt mij dat je iets wilt laten weten…”*

Zijn keel voelde alweer kurkdroog. De airco in deze vleugel van het gebouw was zeker nog steeds niet gerepareerd. Zonder echt van zijn boek op te kijken stak Matty zijn arm uit om zijn flesje water te pakken, maar om de één of andere reden kroelden zijn vingers in het luchtledige. Verstoord wierp hij een blik op het tafeltje links van zijn fauteuil, maar daar stond zijn water inderdaad niet. Wel zag hij in de deuropening een meisje staan, verlegen, terughoudend. Ze staarde in zijn richting alsof ze even weg was van deze wereld, maar de snelle trekking van haar mondhoeken duidde er eerder op dat ze zich beschroomd voelde hem te storen.

‘Hallo’, zei het meisje zacht. ‘I-ik geloof dat ik verkeerd ben.’

Matty knipperde met zijn ogen en produceerde een vriendelijke glimlach. ‘Waar moet je wezen?’

‘Mevrouw Waters.’

Met een bovennatuurlijke zorgvuldigheid voor iemand van zijn leeftijd plaatste Matty de boekenlegger tussen de juiste bladzijden en legde zijn boek op de armleuning van de stoel.

‘Lucy Waters? Zij is vandaag naar de dagopvang.’

Hij hees zichzelf uit de stoel en liep op het meisje toe. Ze had blond haar, bleek, haast doorschijnend licht en bijna kinderlijke grote blauwe ogen. Bij de eerste oogopslag had hij haar op twaalf geschat, maar nu hij dichterbij kwam en tevens de teleurgestelde uitdrukking op haar gezicht zag, kwam het hem meer voor dat ze al zeker vijftien was.

‘Oh’, en het meisje zuchtte. ‘Wat stom. Weet je wanneer ze weer terugkomt?’

‘Ja, vanavond. Voor het eten.’

Haar wenkbrauwen schoten zo mogelijk nog verder omhoog in een combinatie van ontgoocheling en opkomende frustratie. In haar rechterhand hield ze een plastic tas van een winkel waarvan hij het logo niet kende. Aan haar voeten prijkten mahoniehoutkleurige ballerina’s en Matty verbaasde zich over haar smalle voeten. Snel liet hij zijn ogen weer omhoog glijden, naar haar gezicht en hij bleef haken bij haar ogen; waterig blauw, glanzend, nieuwsgierig.

‘Werk je hier als vakantiekracht?’

De vraag kwam onverwacht en hij betrapte zichzelf erop dat hij als een malloot haar blik vasthield en er geen enkele nuttige gedachte door zijn hoofd schoot. Pas na enkele traag verlopende seconden hervond hij zijn stem en antwoordde:

‘Nee. Nee, ik zit hier ook.’

Een plagend, verontwaardigd lachje sloop in haar lippen. ‘Echt waar? Maar je…’

‘…lijkt niet gek?’ maakte hij haar zin af.

Ze wilde antwoorden; hij zag de aarzeling door haar lijf schieten, maar ze slikte haar woorden in.

‘Ik ben geen moordenaar, hoor’, stelde hij haar gerust. ‘Alleen niet helemaal gewoon.’

Ze glimlachte vlug. Matty ontdekte kleine schitteringen achter haar pupillen; ze was niet bang voor hem, ze was niet bang voor een jongen in een inrichting.

Hij stak zijn rechterhand naar voren. ‘Ik ben Matthew. Matthew Fairbairn.’

‘Aangenaam’, zei het meisje en stak eveneens haar hand uit. ‘Angeta Lephornei.’

Achter Angeta schuifelde meneer Jonkers voorbij. Zijn looprekje met rubberen sokjes, volgeladen met hypotheekmagazines, weerhield de oude man ervan ter plekke onderuit te gaan. De diepe groeven bij de kaak van de bejaarde staken nog scherper af toen hij Matty een haast guitige glimlach toewierp, die de jongen beantwoordde door zijn hand op te steken. De oude man verdween in het verlengde van de gang en Matty richtte zijn aandacht weer op het meisje voor hem.

‘Nu Angeta schijnbaar voor niets hierheen is gekomen, voelt ze er misschien voor een klein deel van haar spaarzame tijd met mij door te brengen?’

Lachend sloeg Angeta haar ogen neer. ‘Eh, ja, daar voelt ze wel voor, denk ik.’

Matty stapte achteruit om haar binnen te leiden in zijn persoonlijke dagruimte. Hij zag hoe ze haar ogen over de eenzame bank tegen de linkermuur liet gaan, over de roomkleurige gordijnen, de staande lamp in de hoek, het tafeltje met tijdschriften en hoe haar gezichtsuitdrukking ten slotte verstilde bij het zien van de witte piano.

‘Speel je piano?’

Hij begon al zijn hoofd te schudden. ‘Nee en ja. Ik had vroeger les, maar sinds ik hier zit pingel ik af en toe wat. Niet echt om over naar huis te schrijven… Maar speel jij piano?’

Angeta glimlachte. ‘Ja, alleen nog niet zo lang. Twee jaar. Ik speelde eerst panfluit.’

Plotseling zag Matty zijn flesje staan; op de wandtafel, schuin achter een stapel tijdschriften. Hij herinnerde zich vaag hoe hij eerder die dag de bladen had doorgebladerd en had geconcludeerd dat hij alle artikelen al tweemaal had gelezen. Terwijl hij naar voren liep om zijn nog steeds droge keel weer te verzachten, zei hij:

‘Ik heb al zolang ik me kan herinneren een melodietje in m`n hoofd, maar ik weet niet waarvan. Ik probeer het op de piano te spelen, maar ik ben heel slecht met die afstanden…’

‘Intervallen.’

‘Ja…’ Matty glimlachte. Om zichzelf een houding te geven draaide hij de dop van zijn flesje, maar maakte geen aanstalten een slok te nemen. ‘Intervallen, ja. Maar ik heb toch tijd genoeg…’

Ze glimlachte niet, deze keer. ‘Misschien kan ik je helpen.’

Bijna had hij het uiteinde van de hals aan zijn lippen gezet, maar de beweging stokte halverwege.

‘Mij helpen? Waarmee?’

‘Met dat melodietje.’

Matty nam snel een slok en keek haar oprecht verbaasd aan. ‘Hoe dan?’

Nu lachte ze wel. ‘Als je het neuriet, kan ik het wel voor je spelen. Misschien ken ik het zelfs wel.’

Het was nu tijd voor zijn verontwaardigde blik, maar die vloeide al snel over naar zijn sarcastische blik.

‘Ik heb iedereen hier er al naar gevraagd, maar niemand kent het…’

‘Maar ik ben niet van hier.’

De lucht voor zijn nieuwe antwoord verzamelde zich al voor zijn stembanden, maar de plek in zijn hersenen waar normaal gesproken de woorden voor hem klaar lagen, was op dat moment opvallend leeg. Zijn ogen schoten van haar licht blozende wangen naar de dop van zijn fles, voordat hij heel erg klungelig wat willekeurige zinsneden stamelde.

‘J-ja, daar heb je gelijk in, ja.’ Een half gelukte glimlach plooide zijn lippen. ‘Dan zal ik het… Wacht. Ik heb wel wat – ik bedoel: ik heb al wat op papier. Noten, bedoel ik.’

Angeta grinnikte zacht. ‘Neurie het eerst, alsjeblieft.’

Ze vroeg het heel beleefd, te lief bijna. Matty slaakte een bedeesde zucht en wees wat onduidelijk naar de pianokruk.

‘Ga maar zitten, dan.’

Hij zette zijn flesje op het tafeltje naast de fauteuil en toen hij zich weer omdraaide, zat Angeta op de pianokruk, haar handen zwevend boven de toetsen. Hij had nog niet opgemerkt dat haar blonde haar niet zo lang was als hij in eerste instantie dacht; het golfde net over haar schouders heen en zoals ze nu zat, vielen de kortere strengen langs haar wangen.

‘Nou, begin maar’, zei ze met een schuine blik.

Een kleine zenuwknoop begon zichzelf te ontwarren ergens in zijn onderbuik. Waar was hij mee bezig? Moest hij gaan neuriën? Terwijl hij al rood aanliep als hij het gevoel kreeg dat hij iets moest presteren?

‘Ok…’

Ongemakkelijk deed hij een paar stappen naar de piano toe. Hij hoorde haar beheerste ademhaling, het onbedaarde kloppen van zijn hart, het tikken van de klok aan de achterste wand. De tonen waren ver weggezakt in zijn geheugen; het was al een paar maanden geleden dat hij zijn pogingen de hele melodie te achterhalen had gestaakt. Zijn keel voelden alweer uitgedroogd en hij bevochtigde met het puntje van zijn tong zijn evenzo droge lippen.

*Japin, A., 2007. De Overgave, p. 197

Read Full Post »

You have those people, you have those days, you have those weeks… The past week was such a week. Sucks a week.

It started on Sunday with a concert given by me (on the piano) and a friend who plays the violin. The night before the concert I hardly slept because I felt so nervous, but on the moment supreme all my nervosa was gone. It went very well and our extremely small audience looked satisfied, but in the end the nice woman who organized our concert didn’t pay us our money. I promised myself to send the lady an email and ask her whether she’d forgotten to pay me and my friend.

Next day I had my 25th drivers lesson. I think I can drive well enough to finally begin my in-between test, but my instructor still doesn’t mention the subject. And I once came up with the idea to get my driver’s license before the X-mas days… However, that afternoon I had to do the first test of biodiversity. O, I cursed myself for not learning those stupid bacteria’s! The temperature of my mood dropped below zero, but I managed to finish the test with a reasonable answer to every question. When I came home, I found an email of the nice lady in my inbox. She had just forgotten to give the money and whether I was able to come and pick it up. I was. So I arranged an appointment for next Wednesday.

Tuesday was quite a normal day. In the morning I started with the first classes about the animal kingdom and in the afternoon I had to draw Paramecia and some other protists. At 19.30 my brother, who plays the accordion, gave a X-mas concert together with the ensemble and a few other instrumental ensembles. I enjoyed the music, but my parents thought it would be wise to go home, because my brother had to get up early the next morning. So we went home and I missed the Saxoholics.


On Wednesday I first went to pick up the money. Then I raced to the church to play piano. The time between playing the piano and going to my work I spent with doing unnecessary shit on the computer, just because I could not force myself to read another chapter of the Climate Change book. In the end, I produced around 20 measures of a new composition, but I felt really guilty for not doing my homework. At 14.30 I prepared for going to my work. Despite of all the social contacts, the new knowledge and the rush of being a student, my work still formed the part of my life I most enjoyed. Can’t tell why. I just like being around for those pupils, testing and teaching them. Halfway the afternoon I felt a headache coming up. Even though a few funny things happened, I was happy to go home after this sever day. In the evening I took my piano lessons and with even more drums beating behind my eyes I read the instructions for the practical lesson of next morning…


Thursday morning I knew it for sure: I was having my period. I could cry, or even die, or just disappear, because, oh the pain in my stomach and other places I’d rather not mention here… I was counting the minutes that separated me from going away. In the morning I had to draw jellyfishes and name all their attributes, but I was going through a hell, sitting on an uncomfortable chair and feeling pretty unwell. I told one of my classmates I wouldn’t be there with the hearing class that afternoon. At 12.30 I went to the station. But I didn’t go home. My diary told me I had an appointment with my old Dutch teacher. She lives in the same town the university is located, but all I could think about was my warm, soft bed. Eventually, she received me very warmly and we drank tea, chatted about school, babies and poetry and I felt better. The main reason I visited her, was because she was going to help me publishing my book. Her husband had very good connections in the publishing business and she herself was at the moment working as an education-material-enhancer, or how I’m supposed to call such a job… It meant she worked for a publisher. When I left, we agreed she would take me to some sort of market where all publishers in Holland were going to present themselves. She got me a free ticket for the event and promised me she would ‘sell me’ as good as she could. God, love that woman! But, I wouldn’t mention this nice occurrence in my life, if there wasn’t something going wrong. Well, I missed the train. Took the bus to the central station. And missed my train again. So, when I was nearly home, my dad called me on my cell why it was taking so long. The headache was coming up again and after dinner I had 10 minutes spare time before I had to babysit. You have to imagine me, tired, tired, tired, but I still had to live for one half an hour. The parents of the child were only gone for 15 minutes, and when they returned I was reading a magazine and didn’t prepare to leave. After another 15 minutes I realised I had nothing to do there anymore, apologized and went home.


The next day, Friday December 12th, was a less normal day then Tuesday, but not so horrible as Thursday. All day long was about Climate Change, but as you may have noticed, I didn’t read the lecture for today. Hmm. After the hearing class I and a few of my classmates had to answer four questions about cloudiness and the relationship with temperature and radiation. Not a very difficult question, but my ‘friends’ seemed to enjoy the discussion more than answer the question for the presentation we had to do in the late afternoon. I can’t complain; they were working very hard, but I had the feeling I could do it way faster myself. As a result, we weren’t able to answer the question for 100%, so our teacher interrupted during the presentation (I wasn’t doing the presentation, but I felt really sorry for the girl who was) and added a few things, saying we missed the most important feature… At 17.08 I took my bus, after waiting for 10 minutes in the freezing cold wind, ate my dinner (which existed of bread and water) in the bus and arrived home at 18.15. In the evening I and my brother had our in-between test of swimming and we were kind of obliged to come. Despite my period, headache and softly disturbing tummy ache (dunno whether this is a English word, hehe) I went swimming. And for a change, it was a good idea. After one hour of swimming I felt relieved and relaxed. Nice start of my weekend, though.

Okay, this week contains just one more day. Saturday. The day I got my mark of the test of biodiversity. I felt like crying. With big, hot tears. O, I was so disappointed. Actually, I was angry with myself. For not learning the stupid bacteria’s. And angry with the people who made the exam, because I made the diagnostic test very well and thought I could make the final test easily. In the evening I did some rapid calculations. O, shit. For the first time in my life, I wasn’t certain whether I was going to pass on a subject. I didn’t know for sure, I couldn’t tell by now, whether I would pass this course. I’ve never had any doubts about passing. I always passed. I always got good marks. I never fail.

So this week, there were some strange happenings in my life. But it doesn’t feel as the end of the world. Or the end of my blessed career. I will try to save my weak position. It means I have to pass the next exam with a 7,5 at least. And maybe that isn’t enough, ’cause the ‘big poster assignment’ is coming up after X-mas vacation. I knew it. There had to be one positive thing among all those negative ones.

———————————————————————

Try once: http://www.blogsurfer.us/

Read Full Post »